In-vitro planten planten: gel verwijderen en in de bodem zetten
In-vitro planten komen in een cupje met een heldere gel. Die gel moet eruit voordat je de plantjes in je aquarium zet. Het lijkt ingewikkeld, maar met de juiste aanpak heb je binnen 10 minuten een heel cupje verwerkt en klaar om te planten.
Benodigdheden voor het planten
Je hebt een schaaltje met lauw water nodig om de gel uit te spoelen. Een oude yoghurtbeker of kommetje is prima. Daarnaast heb je een plantenpincet nodig voor het plaatsen van kleine scheuten (Chihiros of gewoon een aquascaping-pincet van €8).
Voor bodembedekkers zoals Hemianthus callitrichoides of Monte Carlo is een schaartje handig om grotere klonten in stukjes van 1-2 cm² te knippen.
Een gewoon nagelschaartje kan, maar een gebogen aquascaping-schaar werkt prettiger. Zorg dat je aquarium al klaarstaat met de bodem aangebracht, filter draaiend en water op temperatuur (20-24°C). Verlichting mag uit tijdens het planten om stress te verminderen.
Stap 1: Cupje openen en gel verwijderen
Open het plastic cupje en kantel het voorzichtig boven je schaaltje. De hele gelklont schuift er meestal in één keer uit.
Spoel de klont onder de kraan met lauw water (niet heet, niet ijskoud). Gebruik je vingers om de gel voorzichtig los te weken bij deze in-vitro aquariumplanten. De gel lost op in water, maar het duurt even. Blijf spoelen en zachtjes kneden tot de plantjes los van elkaar komen.
Je houdt een wirwar van kleine groene scheuten over. Dat is normaal en precies wat je nodig hebt.
Niet alle gel hoeft eruit. Een dun laagje dat blijft kleven is niet erg.
Het lost op in je aquarium binnen 24 uur. Waar het om gaat is dat de wortels vrij zijn en de scheuten los van elkaar voordat je de aquariumplanten correct gaat planten.
Stap 2: Planten verdelen in porties
Voor bodembedekkers (HC Cuba, Monte Carlo, Glossostigma) knip je de massa in kleine plukjes van 1-2 cm². Elke pluk bevat 5-10 scheuten.
Te grote klonten groeien slecht aan omdat de onderste laag geen licht krijgt.
Voor stengelplanten (Rotala, Hygrophila, Ludwigia) verdeel je de scheuten in groepjes van 3-5 stengels. Houd stengels bij elkaar die ongeveer dezelfde lengte hebben. Dat geeft straks een egaler beeld.
Voor rozet- en rhizoomplanten (Anubias, Bucephalandra) heb je vaak al losse plantjes. Sorteer ze op grootte. De grootste vooraan, kleinste achteraan.
Stap 3: Planten insteken in de bodem
Gebruik je pincet om een plukje 1-1,5 cm diep in de bodem te duwen. Voor aquasoil gaat dit makkelijk, bij grind moet je iets harder drukken.
Zorg dat de wortels of onderste bladeren onder de bodem zitten, anders drijven ze weg.
Plant bodembedekkers in een schaakbordpatroon met 2-3 cm tussenruimte. Ze groeien naar elkaar toe binnen 4-8 weken. Te dicht op elkaar = slechte groei en kale plekken.
Stengelplanten plant je in groepjes. Maak een klein gaatje, steek 3-5 stengels tegelijk in, en druk de bodem eromheen aan. Rechte stengels groeien mooier dan schuine.
Stap 4: Eerste week na het planten
De eerste 3-5 dagen zien de plantjes er slap en doorzichtig uit. Dat is de overgangsfase van gel naar water.
Laat de verlichting uit of op 50% sterkte. Voeg nog geen CO2 toe als je een drukgassysteem hebt – wacht tot dag 5. Sommige blaadjes smelten weg.
Dat is normaal en geen reden tot paniek. Onder de oude bladeren verschijnt verse groei die aangepast is aan het waterleven.
Na 10-14 dagen zie je duidelijke vooruitgang. Voer de eerste week geen vissen. Kleine stukjes gesmolten bladmateriaal kunnen het water troebel maken. Dat trekt weer binnen 48 uur, maar vissen stress je er onnodig mee.
Tips voor moeilijke soorten
HC Cuba is berucht omdat het klein en kwetsbaar is. Plant in heel kleine plukjes (0,5 cm²) en duw diep genoeg in. Te ondiep = opdrijven.
Houd de eerste week de stroming laag. Utricularia graminifolia heeft geen wortels en is vaak verkrijgbaar als voordelige laboratoriumplant.
Druk het gewoon op de bodem en het hecht zich vanzelf vast met uitlopers. Werkt het best op fijn zand of aquasoil.
Bucephalandra en Anubias mogen niet in de bodem. Bind ze vast aan steen of hout met viscelijntje, of klem ze tussen spleten. Het rhizoom moet vrij blijven.
Geduld is key: In-vitro planten hebben 2-4 weken nodig om te acclimatiseren. Houd de parameters stabiel (geen grote waterwissels, geen pH-schommelingen) en geef ze de tijd. De groei versnelt flink na week 3.