Wat zijn ideale waterparameters voor garnalen? TDS, GH, KH en pH
Garnalen zijn extreem gevoelig voor waterchemie. Terwijl de meeste vissen een breed bereik tolereren, hebben garnalen strikte voorkeuren. De vier belangrijkste parameters - TDS, GH, KH en pH - bepalen of je garnalen gedijen of langzaam verzwakken. Laten we elk uitpakken.
TDS: Total Dissolved Solids
TDS meet alle opgeloste stoffen in je water in parts per million (ppm). Het omvat mineralen, zouten, metalen - alles wat oplost.
Voor garnalen is dit de belangrijkste algemene indicator. Neocaridina garnalen zoals Red Cherry gedijen bij 150-250 ppm TDS. Ze zijn tolerant en kunnen zelfs 300 ppm aan, hoewel dit niet ideaal is. Caridina garnalen zoals Crystal Red zijn kieskeuriger: 100-150 ppm is optimaal, maximum 180 ppm. Te hoge TDS veroorzaakt stress, vervelproblemen en uiteindelijk sterfte.
Te lage TDS betekent tekort aan essentiële mineralen, wat ook dodelijk is.
Een TDS-meter kost €15-25 en is essentieel voor serieuze garnalen-hobbyisten.
TDS is de snelste manier om waterkwaliteit te checken. Meet voor én na elke waterwissel om schokken te voorkomen.
GH: Totale hardheid (kalk en magnesium)
GH staat voor Duitse hardheidsgraden (°dH) en meet specifiek calcium en magnesium. Deze mineralen zijn cruciaal voor het exoskelet van garnalen.
Zonder voldoende GH kunnen ze niet vervellen of bouwen ze zwakke pantser die scheuren. Voor Neocaridina: 6-12 °dH is perfect. Ze zijn flexibel en kunnen zelfs tot 15 °dH tolereren.
Voor Caridina: 4-6 °dH is ideaal. Hoger dan 7 °dH is te hard en veroorzaakt problemen.
Nederlands leidingwater is vaak hard (8-14 °dH). Voor Neocaridina is dit prima. Voor Caridina moet je dit verlagen met RO-water (omgekeerde osmose) of gedemineraliseerd water, aangevuld met speciale mineralen zoals SaltyShrimp of SL-Aqua. Vergeet niet regelmatig je waterwaarden te controleren voor een stabiel aquarium.
KH: Carbonaathardheid (buffercapaciteit)
KH meet carbonaten en bicarbonaten die de pH stabiliseren. Het werkt als buffer tegen pH-schommelingen. Voor garnalen is lage KH vaak gewenst, maar dit maakt het water instabiel.
Neocaridina: 2-8 °dKH. Ze tolereren hogere waarden goed en profiteren van de pH-stabiliteit. Caridina: 0-2 °dKH.
Lage KH is essentieel voor het zachte, zure water dat ze nodig hebben. Het dilemma: lage KH betekent instabiele pH.
De pH kan binnen een dag drastisch veranderen door biologische processen. Daarom moet je bij Caridina-bakken dagelijks of om de dag kleine waterverversingen doen om stabiliteit te bewaren.
pH: Zuurgraad van het water
pH bepaalt of je water zuur, neutraal of basisch is. Garnalen hebben strikte pH-voorkeuren en plotselinge veranderingen zijn dodelijk.
Neocaridina: pH 6.5-8.0. Ze zijn opmerkelijk tolerant en passen zich aan binnen dit bereik. Ideaal is 7.0-7.5. Caridina: pH 5.5-6.5.
Ze hebben expliciet zuur water nodig. Boven pH 7.0 worden ze gestrest.
De pH hangt nauw samen met KH. Hoge KH duwt pH omhoog en buffert tegen verandering. Lage KH laat pH dalen maar maakt het instabiel. Voor Caridina gebruik je vaak actieve bodems zoals ADA Amazonia of Dennerle Shrimp King Active Soil die de pH verlagen en licht bufferen.
Hoe parameters elkaar beïnvloeden
Deze vier waarden werken samen als een ecosysteem. Je kunt niet alleen pH aanpassen zonder GH en KH te beïnvloeden.
Voorbeeld Neocaridina: Leidingwater met GH 10, KH 5, pH 7.5, TDS 250 ppm is perfect. Je hoeft niets aan te passen.
Gewoon wekelijks 15% verversen met hetzelfde leidingwater. Voorbeeld Caridina: Voor deze garnalen zijn de ideale waterparameters anders; leidingwater is vaak te hard. Je gebruikt 100% RO-water (GH 0, KH 0, TDS 0) en voegt SaltyShrimp Bee Shrimp Mineral GH+ toe tot GH 5. Dit geeft ook TDS ~150 ppm maar houdt KH op 0-1. Met actieve bodem stabiliseert pH rond 6.2.
Meet altijd je leidingwater eerst. Pas daarna besluit je welke garnalen bij jouw water passen - niet andersom.
Acceptabele schommelingen en grenzen
Stabiliteit is belangrijker dan perfectie. Garnalen kunnen zich aanpassen aan suboptimale maar stabiele waarden, wat essentieel is om vervellingsproblemen te voorkomen.
Plotselinge veranderingen zijn dodelijk. Veilige schommelingen: Grotere schommelingen veroorzaken osmotische shock. Garnalen kunnen niet snel genoeg aanpassen, vervellen verkeerd of sterven acuut.
- TDS: max 10-15 ppm per dag
- GH: max 1 °dH per week
- KH: max 1 °dKH per week
- pH: max 0.2 per dag, 0.5 per week
Parameters voor verschillende garnalensoorten
Verschillende soorten hebben verschillende behoeften. Hier is een overzicht: Neocaridina davidi (alle kleurvarianten): Caridina cantonensis (Crystal Red/Black): Caridina multidentata (Amano garnaal): Taiwan Bee (hoogwaardige Caridina):
- TDS: 150-250 ppm
- GH: 6-12 °dH
- KH: 2-8 °dKH
- pH: 6.5-8.0
- TDS: 100-150 ppm
- GH: 4-6 °dH
- KH: 0-2 °dKH
- pH: 5.8-6.8
- TDS: 150-300 ppm (zeer tolerant)
- GH: 5-10 °dH
- KH: 2-6 °dKH
- pH: 6.5-7.5
- TDS: 100-130 ppm (zeer strikt)
- GH: 4-5 °dH
- KH: 0-1 °dKH
- pH: 5.5-6.2